
Deze zomer kocht ik me een laptop van Apple, een MacBook Pro in een aluminium jasje met een 13 inch scherm. Daar zijn heel wat twijfels aan voorafgegaan. Ik ben immers Microsoft pc-gebruiker sinds het MS Dos-tijdperk en gebruik een computer dagelijks meerdere uren.
Hoe ik overstag gegaan ben voor een laptop van Apple ? Ik was toe aan een nieuwe pc en wilde ook een laptop voor mijn presentaties. Allemaal zonder teveel geld uit te geven. Al snel stelde ik vast dat een krachtige laptop veel kost, idem voor een pc. Goedkoop kan ook, maar dan moet je inleveren aan kwaliteit.
Ik was ook toe aan een toestel waarop je gewoon kunt werken, zonder crashes of virussen. In de voorbije jaren heb ik immers teveel uren gespendeerd aan het draaiende houden van de verschillende pc’s thuis. Een lot voor veel vaders, vermoed ik zo. Collega’s met een Mac vertelden me dat dit voor hen anders was : hun toestellen deden gewoon wat ze moesten doen, jaar na jaar na jaar. Dat vond ik wel een heel aantrekkelijke gedachte.

Aan een Apple-computer hangt evenwel een stevig prijskaartje. Zo kost het goedkoopste model – een witte laptop – reeds een € 950. Het aluminium broertje kost een goede € 1150. Voor de tafelmodellen betaal je nog meer. Je krijgt er wel kwaliteit voor. En voor studenten en leraars gaat er wat van de prijs vanaf
. Kenners beweren overigens dat een Microsoft-pc van dezelfde kwaliteit altijd duurder is.
Ik wilde dus een laptop. Eén die in mijn boekentas kon. Een laptop van 13 inch is ongeveer zo groot als een dunne ringmap. Een prima formaat dus, zij het dat die toestellen doorgaans niet krachtig zijn en daarom hooguit interessant als tweede computer. Veel programma’s werken immers beter op een sterke pc. Bij Apple is dat anders : een MacBook Pro is standaard krachtig, ook de kleinste. Waardoor een extra pc overbodig wordt en je geld overhoudt voor een mooi en groot extra beeldscherm.
Ondertussen zijn we een goede maand verder en tokkel ik dagelijks op mijn Mac. Regelmatig moet ik nog wat zoeken naar een sneltoets of hoe iets moet. Een goed handboek voor het werken met een Apple-computer staat op mijn aankooplijstje. Maar de MacBook is wel mijn werkpaardje van elke dag geworden. En het doet wat ik ervan verwachtte : gewoon goed werken. Of eigenlijk beter : op zoveel momenten stel ik vast dat alles net iets vlotter gaat dan op een pc. Eén voorbeeldje : software installeer je door een programmabestand te plaatsen in de map ‘programma’s’. Verwijderen van software doe je door dat bestand in de vuilnismand te gooien. Eén beweging dus. Eenvoudiger kan niet. En zonder een geïsoleerd bestaan te moeten leiden : documenten uitwisselen met pc-gebruikers gaat prima, het aansluiten op een pc-netwerk gaat vlot. Leuk is ook dat op verplaatsing een stopcontact overbodig is gedurende meer dan vijf uur ! En dat allemaal zonder zorgen over crashes of virussen. Had ik dat maar vroeger ontdekt !
Update 16.10.09 : ZdNet – Meer Macs dankzij Windows 7 – ‘Mensen krijgen genoeg van het gedoe’
Reacties