
De Nederlandse site Wieowie heeft onderzocht of mensen zich bewust zijn van hun online reputatie. Wieowie is een online personenzoekmachine. Het is een broertje van Promille.nl, waarnaar we reeds verwezen in het artikel ‘Hoe zit het met je online reputatie’. Voor hun onderzoek bevroeg Wieowie drieduizend bezoekers van hun site. We geven de opvallendste resultaten en focussen daarbij in het bijzonder op jongeren.
Wat zijn de resultaten ?
- Een derde van de deelnemers geeft aan dat ze reeds verbaasd geweest zijn over wat ze over zichzelf vonden via Wieowie of Google. Het gaat dan vooral over foto’s, e-mailadressen en telefoonnummers.
- Bijna alle deelnemers zeggen te beseffen dat de informatie die ze op internet plaatsen ook zichtbaar is voor anderen. Veel jongeren geven aan dat ze dat vroeger niet beseften. Velen hadden bv. vroeger niet door dat informatie op internet jaren later nog steeds kan opduiken bij zoekmachines.
- Bijna alle deelnemers zeggen te beseffen dat de manier waarop ze zich online profileren invloed heeft op hun reputatie. Een uitzondering vormen de jongeren onder de zestien jaar : die blijken daar niet zo bij stil te staan.
- Driekwart zegt zich sociaal wenselijk te gedragen op internet. Hoe jonger, hoe stouter ook. Niet anders dan in het gewone leven ??
- Driekwart geeft te kennen nog nooit nadeel te hebben ondervonden van negatieve of foutieve informatie over zichzelf op internet. Een uitzondering blijken de zestien- tot twintigjarigen te zijn. Zij geven het meest te kennen dat ze nadeel ondervonden.
- Sommigen - weerom vooral jongeren tussen zestien en twintig – hebben al geprobeerd om informatie over zichzelf te verwijderen van het internet, vooral dan een e-mailadres, telefoonnummer of foto. De helft geeft aan dat dit hen ook gelukt is. De andere helft slaagde daar blijkbaar niet in.
- Eén op vier geeft aan dat hij/zij wel (eens) minder gunstig gaat denken over iemand vanwege negatieve online informatie over hem of haar. Opvallend is dat weerom jongeren hierin hoger scoren : voor hun oordeel over anderen, laten ze zich meer dan ouderen beïnvloeden door de informatie die ze online vonden.
Wat kunnen we besluiten ?
Mensen geraken stilaan vertrouwd met de draagwijdte van persoonlijke informatie op het internet voor hun reptuatie. De jongeren uit het onderzoek lopen hierin duidelijk achterop. Men gaat er veelal van uit dat jongeren sneller met de computer en het internet om kunnen dan volwassenen. Het onderzoek geeft veeleer het tegendeel aan.
Vermoedelijk zijn deze jongeren niet representatief (1) en scoort de doorsnee jongere nog zwakker. Dat zou betekenen dat veel jongeren niet stilstaan bij het reputatie die ze creëren met hun online profielpagina. Dat ze daar dan wel de nadelen van ondervinden. Dat wanneer ze online informatie willen corrigeren, ze dat niet zomaar blijken te kunnen. En dat ze desondanks ervan uitgaan dat wat ze over anderen lezen, misschien wel waar is.
Moet het gezegd dat jongeren in het bewust omgaan met persoonlijke online informatie best ondersteuning kunnen gebruiken ?
(1) De deelnemers aan het onderzoek geven onder meer aan dat ze gemiddeld beschikken over drie à vier profielenpagina’s. Dat lijkt me een erg hoog gemiddelde. Immers, vandaag heeft de helft van alle internauters in Vlaanderen niet eens een eigen profielpagina. Heeft de andere helft er dan (gemiddeld !) zeven ? Daarnaast kan iedereen vaststellen dat de profielpagina’s van veel jongeren op Netlog en Facebook barsten van persoonlijke informatie over henzelf én hun vrienden. Wat niet getuigt van het kritisch omgaan met persoonlijke informatie op het internet.
Reacties